Schoon, schoner, schoonst

Het is alweer een paar maanden geleden dat ik op een koude Januariavond met mijn trein tegen zevenen in station Nijmegen arriveerde. Het was alweer een paar uur donker en de straffe oostenwind joeg de stuifsneeuw over de perrons. Er is zo’n dienst en dan sta je daar een minuut of twintig voordat je weer als intercity naar Amsterdam terug gaat rijden. Normaal wandel ik dan altijd wat over het perron heen en weer, voor de klantcontacten, u kent dat wel, maar gezien de atmosferische omstandigheden had ik besloten mij in mijn treinkantoortje terug te trekken. Ik had mijzelf net geïnstalleerd met een bekertje koffie, twee boterhammetjes en een krantje toen mijn oog ergens op viel.

Nu moet u weten voor diegenen die niet ter plaatse bekend zijn dat station Nijmegen over een behoorlijk emplacement beschikt en enkele perrons zo’n vijfhonderd meter lang zijn. Zoals gezegd stonden wij geparkeerd en wel op spoor 3 en ik had vanachter mijn bureautje zodoende uitzicht op het gehele spoor 1, zowel de a, b en c zijde. Een soort van plaatsvervangende schaamte overviel mij toen ik een vrouw zag, die een vuilniscontainer tegen de wind in probeerde te verplaatsen. De container was er een van het formaat ‘groot’ u weet wel zo’n blauwe met vier van die zwenkwielen. De grote blauwe deksel stond op een flinke kier en de vuilniszakken puilden eruit. De vrouw was klein van stuk, een jaar of vijftig en was gehuld in een burka achtig tenue. Haar schoeisel bestond uit een soort slipper achtige pantoffels. Ik zag dat zij de grootste moeite had om het zware kreng in beweging te houden. Toen er ook nog een trein uit de richting Boxmeer arriveerde en er een horde gehaaste forensen haar tegemoetkwamen hield zij even halt, richtte zich even op uit haar gekromde houding en modelleerde haar hoofddoek in de koude wind. Daardoor zag zij niet dat twee jongens van een jaar of vijftien haar passeerden en in het voorbijgaan twee harde klappen op de containerdeksel gaven. Ik zag dat zij schrok en met een ruk omkeek, de twee jongens maakten zich joelend uit de voeten. In een fractie van een seconde merkte ik dat er een stukje brood in mijn keel bleef hangen en er zich een unheimisch gevoel zich van mij meester maakte. Het waren niet die twee jongens met hun hufterigheid, het was niet die vrouw in haar specifieke outfit, het was niet die vuilniskar met die kop erop, het waren niet de weeromstandigheden, nee, het was iets anders.

Het was volgens mij het totaalbeeld, dat wat de voorgaande paar minuten zich voor mijn ogen had afgespeeld. Een soort raar epiloog, naspel van gebeurtenissen, en waar wij dan aangekomen zijn. Dit was geen schone zaak, maar de visualisatie in een paar minuten van wat er in een maatschappij of organisatie volgens mij niet deugd.

Zo, dat is eruit. Ik moet u zeggen, het beeld heeft mij nog steeds niet losgelaten. Ik zat er die avond steeds aan te denken. Wat zijn wij toch een bijzonder land, wat kunnen wij toch goed rekenen en vooral een ander vertellen wat of hij moet doen of laten. Is dit nu het ideaalbeeld van marktwerking en commercieel denken? Ik schiet met mijn vragen niet op. Wie is zo’n vrouw, hoe komt zij in deze toestand verzeild, hoe denkt zij over maatschappelijke vraagstukken, heeft zij misschien ook nog een gezin, en wat vinden die daar dan allemaal van, wat doet zij in haar vrije tijd, hoe ziet zij haar toekomst.

U zult wel weer denken, beste luisteraars, moest jij daar onderweg naar Amsterdam zijnde niet eens een keertje door je trein heenlopen. Ja, inderdaad, daar hebt u volkomen gelijk in. Nu even de zogenaamde helikopterview, ook weer zo’n prachtige managementuitdrukking, die zegt dat je als het ware boven het vraagstuk moet gaan hangen om een beter overzicht van het geheel te krijgen. Eén en ander natuurlijk wel op ruim voldoende hoogte, je mocht er eens te dicht bij betrokken raken. Voormelde vrouw werkt dus in de schoonmaakbranche, dat mag helder zijn en de situatie speelde zich af voor de stakingen waar wij heden mee geconfronteerd worden. Er is een tijd geweest dat de mensen die verantwoordelijk waren voor de schoonmaak gewoon bij NS in dienst waren. Dat heette toen de zogenaamde poetswinkel, en vaak kwam je daar als jong persoon in dienst om met een niet al te hoog maar wel eerlijk salaris en dito arbeidsvoorwaarden kennis te gaan maken met de diverse aspecten van het spoorwegbedrijf. Deed je goed werk dan kon je na een tijdje gaan solliciteren op andere functies en ging je met je opgedane ervaring meteen meer verdienen.
Het voordeel hiervan was onder andere dat het zware schoonmaakwerk door mensen werd gedaan die als zij wat ouder werden veelal doorstroomden naar andere banen binnen de organisatie en zodoende van meerdere processen binnen het bedrijf op de hoogte waren.

Maar dat kon zo natuurlijk niet langer. Opgestuwd door het marktdenken zijn wij aangekomen bij situaties zoals ik hiervoor beschrijf. Gelijkheid, samenlevingszin, respect en meer van deze gevleugelde woorden kunt u horen nu wij weer op de verkiezingen aanlopen. Maar nu de realiteit. Ik dacht aan een boek dat ik eens las, het heette: “Ganz Unten” en was geschreven door Gunter Walraff, die undercover onderaan de Duitse arbeidsmarkt opereerde. Een schrijnend verhaal, nota bene vijfentwintig jaar geleden geschreven. En in de tussentijd veel veranderd, maar met wie, dat is de vraag. Er word de laatste jaren met name in de schoonmaakbranche een oude methode toegepast. Men rekruteert uit een groep mensen een persoon of personen van de zogenaamde “eigen” bloedgroep en geeft die dan macht in de vorm van een chefachtige functie of zoiets. Men neme hiervoor uiteraard personen die hier gevoelig voor zijn en over een bepaalde karakterstructuur beschikken. Het blijk veelal dat die mensen zeer onbarmhartig tegen hun eigen zogenaamde soortgenoten kunnen optreden. Het is een beproefde methode die overigens meestal tot grote ellende leidt. Ook dit heb ik weer niet zelf bedacht maar is louter een historische conclusie.

Misschien vraagt u zich af waarom ik met de aanhef schoon, schoner, schoonst ben begonnen. Wel, het vervelende verschijnsel doet zich voor dat als je het vraagstuk voorleg aan tien zogenaamde economen er ongeveer vijf je kunnen vertellen dat deze werkwijze de enige juiste is in het kader van allerlei economische verkenningen en de andere vijf je weten te vertellen dat het een hopeloos traject is. Ik ben geen econoom, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat wij steeds meer van alles de prijs menen te weten maar van steeds minder de waarde. En dat vindt ik niet bepaald een schone zaak.

Ik wens u een schoon en zuiver weekend toe.

Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Reageer op dit artikel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef hier jouw reactie: