Sandepark: een droomparadijs

Al meer dan 130 jaar geleden werd in Callantsoog de eerste vakantievilla gebouwd en kwamen de eerste badgasten om te genieten van wat Callantsoog en omgeving ze bood: zon, zee en strand. Vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam de bouw van vakantiewoningen in een stroomversnelling. Callantsoog wordt dan ook steeds drukker mede doordat steeds meer grond gebruikt wordt voor de bouw van vakantieparken. Architectuurhistoricus Mieke Dings, die er promotieonderzoek naar deed, noemt de huidige ontwikkeling ‘de roompottisering van het Nederlandse landschap’.

Na de Tweede Wereldoorlog kregen Nederlanders steeds meer vrijetijd en kregen ze ook meer te besteden. De vijfdaagse werkweek werd ingevoerd en men kreeg recht op tenminste één week vakantie. Dat had vooral te maken met een sterke economische groei in de jaren zestig. Steeds meer mensen brachten hun vrijetijd door in een badplaats. De wat beter gesitueerden kochten er een tweede huis. In de jaren zestig speelden projectontwikkelaars er handig op in.

Zo stond er in het begin van de jaren zestig opeens een flink aantal op een tent lijkende zomerhuisjes op een kaal weiland in Groote Keeten. Projectontwikkelaar Pieter Kuik van Sunclass Bungalows Bouw en Exploitatiemaatschappij NV uit Aerdenhout pakte het plan op Groote Keeten ‘recreatief’ te ontsluiten. Het gemeentebestuur had al eind jaren vijftig 16 hectare grasland in het bestemmingsplan aangewezen als ‘recreatieterrein’. Land dat in gebruik was voor het beweiden van koeien zou een andere functie gaan krijgen. De gemeente gaf landschapsarchitect Jan Vroom uit Glimmen in de gemeente Haren opdracht een plan te maken, waaraan projectontwikkelaar Kuik gebonden zou zijn. Vroom was een nakomeling van bekende landschapsarchitecten die o.a. veel tuinen in Engelse landschapsstijl (slingertuinen) voor Groninger herenboeren ontwierpen. Het bedrijf van Vroom ging in Groote Keeten voortvarend aan de slag en binnen korte tijd was het terrein bouwrijp gemaakt, voorzien van wegen, riolering, een kanovijver, sportvelden en veel beplanting. Het zou tenslotte een terrein worden met een parkachtig uiterlijk.

Ondernemer Kuik gaf architect Pieter Mient Hoekstra, ook uit Glimmen, de opdracht om een vakantiehuis te ontwerpen. Hoekstra had veel ervaring met het ontwerpen van woningwetwoningen, bungalows, villa’s en twee-onder-een-kap woningen en nam opdrachten daarvoor uit heel Nederland aan. Hoekstra vond dat men meteen een vakantiegevoel moest krijgen als men de recreatiewoning binnenging. Hij koos daarom voor een tentvormig bouwsel. Het geraamte en het overige houtwerk werden als bouwpakket vanuit Zweden kant-en-klaar op de bouwplaats afgeleverd. Het dak werd gemaakt van kunststof golfplaten uit België. Al met al een vrij simpel huisje. Er zouden in eerste instantie 150 worden gebouwd op kavels van 350-400 vierkante meter.

Allemaal vrijstaand zodat je er omheen kon lopen. Dat had ook weer te maken met de filosofie van Hoekstra. Je bent met vakantie of met ‘weekend’ en je wilt je vrij voelen in je vrije tijd. Veel beplanting en hoge struiken zouden de recreanten extra privacy bieden. De bungalows waren van beperkte omvang met een oppervlakte van bijna 21 vierkante meter. Toch bood zo’n gebouwtje plaats voor een keukentje, een wc en een douche. Bovendien zouden er zes tot acht personen in kunnen slapen. Iedere bungalow werd zo’n zes meter hoog. De fundering bestond uit asbest buizen die met beton werden volgestort. Bovendien waren ze niet duur: voor iets minder dan 20.000 gulden kon je de eigenaar worden van een ‘originele, moderne en artistieke recreatiewoning’.

In 1969 kopte een krant: ‘Tweede woning straks normale zaak.’ De journalist beweert dat binnen korte tijd iedere stadsbewoner een tweede huis zal hebben als ‘verlengstuk’ van vrijetijdsbesteding. In het jaar 2000 zullen er volgens hem zo’n 800.000 tweede woningen zijn. De meesten zullen hun vakantiehuis een groot deel van het seizoen verhuren, stelt hij. In zijn artikel merkt hij op dat er in de Kop van Noord-Holland al complexen met vakantiewoningen in Callantsoog en Julianadorp zijn gerealiseerd, maar, zo vindt hij, ze zijn niet allemaal even ‘ooglijk’. Het ‘onooglijke’ karakter is inmiddels niet meer van toepassing. Het parkachtige uiterlijk van het terrein is veranderd in een weelderige bosschage, waarin de huisjes bijna schijnen op te lossen.

Sunclass timmert nog steeds aan de weg. Huisjes van het type tent of ervan afgeleid kun je op veel plaatsen aantreffen. In België in Durbuy, in Italië niet alleen bij het Lago Maggiore, maar ook bij het Gardameer. En een vijverdorp in het Nationaal Park de Hoge Kempen in België, net over de grens bij Lanaken. De vakantieparken schieten overal in Europa als paddenstoelen uit de grond. In Nederland zijn er al 1500. Ook in Groote Keeten zijn plannen om het huisjesbestand flink uit te breiden met een park in Callens. Niet iedereen ervaart dat als wenselijk. Toch ontmoeten projectontwikkelaars weinig weerstand bij de gemeente Schagen. Het is ‘de stikstof’ die nu dikwijls roet in het eten strooit.

Architectuurhistoricus Mieke Dings ziet dat nieuwe parken de oude ‘uit de markt’ drukken. Ze pleit ervoor om geschikte bungalows op vakantieparken om te dopen tot volwaardige, gewone woningen en de meerwaarde te benutten om de natuur te herstellen en oude parken te saneren. Een vakantiepark ziet zij als een goede woonomgeving. Een woonomgeving om van te dromen…

Kees Zwaan

Avatar foto
Kees Zwaan is vast columnist van Noordkop Centraal.



Reageer op dit artikel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef hier jouw reactie: