Column: Vincent Verweij doet onderzoek

Iedereen mag zich journalist noemen. Het is dan ook een vrij beroep waar geen diploma’s voor vereist zijn. Toch zijn er grote verschillen tussen journalisten. Je hebt oppervlakkige en diepgaande journalistieke artikelen. Er zijn journalisten die gaan voor de snelle nieuwtjes. Sommigen wachten totdat auto’s op elkaar botsen of een huis in brand staat, racen er naar toe, maken een foto en schrijven er enkele regels bij. Weer anderen pakken de krant en maken klakkeloos uittrekseltjes van het belangrijkste nieuws. Veel artikelen munten uit in oppervlakkigheid.
Er zijn journalisten die verder graven ‘achter’ het nieuws. Wat is er werkelijk gebeurd en hoe kom ik er achter?, vragen ze zich af. Vaak zijn zulke onderzoekers er erg lang mee bezig en is het een kwestie van lange adem. Zo’n journalist is Vincent Verweij.

Afgelopen zaterdag legde hij aan geïnteresseerde (lokale) omroepmedewerkers uit wat het verschil is tussen reguliere- en onderzoeksjournalistiek. De reguliere journalist verzamelt en publiceert feiten en achtergronden van actuele gebeurtenissen. Zo vindt er bijvoorbeeld een ongeluk plaats met een auto en een vrachtwagen. De journalist gaat er naar toe en maakt een verslag van wat hij daar ziet en hoort. Zo mogelijk vraagt hij aan ooggetuigen wat ze hebben gezien. Bij iedere gebeurtenis laat de journalist zich leiden door zes vragen. Verweij noemt dat de 5W1H formule.
Wat is er gebeurd? Wie zijn er bij betrokken? Waar is het gebeurd? Wanneer is het gebeurd? Waarom is het gebeurd? Hoe is het gebeurd? Allemaal relevante vragen om een goed verslag te kunnen maken van de ‘nieuwswaardige’ gebeurtenis.

Om dit toe te passen op het ongeluk met een vrachtwagen en een personenauto in Wieringerwerf weten we dat er een automobilist en een vrachtwagenchauffeur bij betrokken waren. Ze botsten tegen elkaar aan in Wieringerwerf. Waarom en hoe? Dat zijn vragen die nauwkeurig worden uitgezocht door de politie. Hier komt de schuldvraag aan de orde en zijn de feiten cruciaal. Wie is de schuldige van het ongeluk en wie is niets te verwijten? Of zijn zowel de automobilist als de vrachtwagenchauffeur in de fout gegaan? Die feiten zijn (nog) niet bekend. Er kan alleen maar naar gegist worden en dat mag een journalist niet doen.

Het werk van een onderzoeksjournalist heeft feitelijk veel overeenkomsten met het speurwerk van de politie om te achterhalen waarom en hoe iets is gebeurd. Onderzoeksjournalistiek is volgens Verweij een aparte journalistieke categorie. Hij wijst op de vele genres die er in de journalistiek bestaan, zoals het interview, de reportage, het opiniestuk, het live-verslag en wat dies meer zij. Kortom, een journalistiek genre is de manier waarop je feiten verzamelt en er verslag van doet. Daaruit vloeit voort dat onderzoeksjournalistiek ook een genre is met een bepaalde werkwijze.

Verweij zelf doet langdurig, diepgaand onderzoek over misstanden om tenslotte daarover onthullingen te doen. Onderzoeksjournalistiek stelt volgens hem maatschappelijke misstanden aan de kaak. Maar wat is dan een misstand? Een misstand is een overtreding van juridische regels of wetten of een moreel verwerpelijke praktijk waardoor anderen worden benadeeld. In het eerste geval gaat het om strafbare feiten die nog niet bekend zijn. Bijvoorbeeld het cocaïnegebruik van de vrachtwagenchauffeur die onlangs zes mensen doodreed. Of een politicus die aantoonbaar heeft gelogen. Zo beweerde Halbe Zijlstra dat hij Vladimir Putin had ontmoet. Nader onderzoek bracht aan het licht dat hij had gelogen. Aan de andere kant zijn er misstanden die volkomen legaal maar toch niet in de haak zijn.

Zo zijn er huisjesmelkers die misbruik maken van de woningnood en (te) hoge huren innen en bovendien de woningen niet goed onderhouden. Een zekere prins kreeg de bijnaam ‘pandjesprins’. Men vindt zijn handelswijze moreel verwerpelijk. Verweij benadrukt dat er in onderzoeksjournalistieke verhalen meestal een dader en een slachtoffer figureren. Iemand die profiteert ten koste van een ander.

Zoals gezegd, gaat een onderzoeksjournalist niet over één nacht ijs. Ook baseert hij zijn verhaal op meerdere bronnen, zodat hij de feitelijke gang van zaken kan (re)construeren. Verweij huldigt de stelregel dat één bron geen bron is. Bruikbare bronnen zijn voor hem personen of documenten die relevant zijn voor zijn onderzoek. Bronnen kunnen daarbij mondeling, schriftelijk of audiovisueel zijn. Documenten zijn als bron van grotere waarde dan mensen. Mensen geven een subjectief verslag van een gebeurtenis. En hoe betrouwbaar is hun geheugen?

Wanneer is iets een journalistiek feit? Als je als journalist zelf iets hebt waargenomen of het door een gezaghebbende bron is vastgesteld -denk aan het politieonderzoek naar de toedracht van het ongeluk in Wieringerwerf- of het door meerdere primaire bronnen is vastgelegd.

Al die praatprogramma’s op tv hebben volgens Verweij weinig met journalistiek te maken. Er worden mensen met tegengestelde meningen uitgenodigd die hun meningen verkondigen of reclame maken voor hun boek. Veel journalisten laten zich gebruiken voor de PR van overheden, bedrijven en non-profit organisaties en schrijven klakkeloos op wat ze wordt verteld zonder zich af te vragen of het wel waar is en of de feiten kloppen.

De meeste journalisten doen niet aan onderzoeksjournalistiek. Ook bij lokale omroepen zijn journalisten vaak de spreekbuis of het doorgeefluik van vertegenwoordigers van de overheid of het bedrijfsleven…

Avatar foto
Kees Zwaan is vast columnist van Noordkop Centraal.



Reageer op dit artikel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef hier jouw reactie: