Column: En weg is de huisarts!

De Noordkop is er klaar voor. De toeristen kunnen komen, liefst met heel veel want we hebben wat in te halen na corona, maar zijn er voldoende huisartsen om toeristen die ziek worden of een ongelukje krijgen te helpen? Het antwoord is nee. De ene huisarts na de andere stopt ermee. Wie blijft krijgt het nog drukker!

Mogen zij rekenen op wat meer aandacht van de gemeenten? Bijvoorbeeld in de vorm van een financieel gebaar van erkenning en dankbaarheid betaald uit de opbrengst toeristenbelasting?

Huisartsen worden schaars. Dit gaat zich wreken als er meer woningen worden gebouwd. Er meer gezinnen bijkomen. Maar kunnen deze gezinnen zich laten inschrijven bij een huisarts? Het antwoord is nee. Waarom wordt dit probleem door de gemeenten onvoldoende erkend en geadresseerd?

Huisarts Ipe Piccardt Brouwer (53), commissielid ’continuïteit van de huisartsenzorg’ van de Huisartsenorganisatie Kop van Noord-Holland (HKN), stelde onlangs in het NHD dat huisartsen in spe het platteland weinig aantrekkelijk vinden. Hij zegt tegen de krant dat hij bezig is met het inventariseren wat het tekort aan huisartsen in de Noordkop precies is. Wat we zien is dat commerciële organisaties in het gat springen zoals Co-Med.

De Groene Amsterdammer kwam in februari met een groot artikel over huisartsen in dienst van Co-Med.  Aan het woord is huisarts Anne Jan van der Veen die bij Co-Med in loondienst is, die huisartsenpraktijken opkoopt zoals in Den Helder, Breezand en Anna Paulowna. Praktijken waar de zelfstandige huisarts is verdwenen.

Co-Med levert ondermaatse zorg. Patiënten klagen over de slechte bereikbaarheid en beschikbaarheid van Co-Med. Van der Veen adviseert hen de inspectie te bellen. Deze stelde dat deze patiënten terecht kunnen in Breezand bij een andere Co-Med-praktijk. Maar hier zijn óók te weinig dokters.

Uit registratiecijfers van artsenfederatie KNMG blijkt dat landelijk elk jaar rond de 45 huisartsen die jonger zijn dan vijftig jaar, stoppen. Vorig jaar waren dat er zelfs 138. Huisartsen lopen tegen opstoppingen op in de zorgketen waardoor ze patiënten niet de hulp krijgen die ze nodig hebben, schrijft dagblad Trouw.

De wachtlijsten in de ggz, de capaciteitsproblemen bij de thuiszorg, ouderen die in acute situaties vaak niet direct terechtkunnen in verpleeg- of verzorgingshuizen: in al die situaties komt de verantwoordelijkheid terecht op het bordje van de huisarts. Het ‘afvoerputje van de zorg’, zo beschrijven verschillende artsen hun beroepsgroep.

De gemeente komt de huisarts tegen als doorverwijzer naar bijvoorbeeld de jeugdzorg. Maar ook als een belangrijke partner in het lokale gezondheidsbeleid. De arts praat mee en geeft adviezen over dit beleid. Zijn of haar  inspanningen vallen niet onder het basisaanbod en worden niet vergoed. Daardoor vinden de overleggen en vergaderingen in eigen tijd plaats. Ik vind dat de gemeente de huisarts niet in de kou moet laten staan en een passende vorm van financiering moet aanbieden.

De beroepsgroep maakt zich zorgen dat de huisarts als ‘vast gezicht’, die zijn patiënt kent, verdwijnt. “Een eigen praktijk zien huisartsen nog steeds als het ultieme”, zegt zzp-huisarts Yoav Senft. “Ik worstel er al jaren mee. Ik wil het zo graag, maar het praktijkhouderschap wordt ons onmogelijk gemaakt. Ik durf de verantwoordelijkheid niet aan. Niet op deze manier.”

Eugeen Hoekstra

 

Delen is leuk

Publicatiedatum: 7 mei 2022
Categorie: Column
Eugeen Hoekstra is vrijwilliger op de redactie van Noordkop Centraal, met de specialisaties politiek en zorg. Eugeen schrijft ook geregeld columns en ondervraagt politici in het TV programma De Bank.



Reageer op dit artikel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef hier jouw reactie: