Zandsuppleties bedreigen de Noordzee

Het kan leerzaam zijn om in geschiedenisboeken te lezen op wat voor manier onze voorouders de strijd tegen de natuur aan de kust aangepakt hebben. Zoals alle vooruitgang is ook het kustverdedigingswerk nog steeds in beweging. Over de geschiedkundige ervaringen, tegen de oprukkende zee, zijn heel wat verhalen op papier gezet en iedere kustplaats heeft hierover zijn eigen streekgebonden invulling. De ene plaats wil een zeehaven om handel te drijven. De ander wil een zeehaven voor toeristische activiteiten. De meeste kustplaatsen willen een mooi zandstrand voor de inwoners en recreanten. Voorop staat natuurlijk dat aan kusterosie door het zeewater een halt wordt toegeroepen. In 1990 heeft Den Haag bepaald dat de huidige kustlijn niet verder overschreden mag worden. Deze maatregel is niet gericht tegen de badgasten of toeristen maar bestemd voor de instellingen die verantwoordelijk zijn om het zeewater buiten de deur te houden. Nog steeds is het superwapen, om dit natuurlijk vocht te bedwingen, niet uitgevonden. Je kunt ook zeggen dat er verschillen zijn in het beleven van deze, door Den Haag vastgesteld, basis kustlijn. De recreatie wil een mooi breed strand zodat er een hoop strandbezoekers kunnen genieten aan de kust. Havenplaatsen willen lange pieren om de scheepvaart ongehinderd in en uit te laten varen. De kustverdedigingstaken zijn verdeeld tussen de Waterschappen en Rijkswaterstaat. De Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de duinen en dijken of wel waterkering. Rijkswaterstaat heeft van Den Haag opdracht gekregen om de zandvoorraad in de kuststrook op orde te houden. Waar dat zand ligt en hoe dit zand daar komt maakt voor ambtenaren schijnbaar niet uit. Als het er maar is. Na deze geschiedenisles zijn er ook nog de natuurorganisaties die aan de kust hun wensen uiten. Het liefst hebben zij dat alle Nederlanders elders gaan recreëren zodat de natuur kan herstellen naar het niveau van voor onze jaartelling. Zij vergeten meestal dat ook de mens deelnemer is van deze natuurlijke situatie. Het gevecht, om zoveel mogelijk grondgebied te bemachtigen, is ook nog steeds niet uitgevochten. Er zijn natuurgebieden waar, meestal betalende, recreanten achter het prikkeldraad mogen rond neuzen.

Daarnaast hebben we de openbare, meest gemeentelijke gebieden, voor mensen die niet zijn aangesloten bij een natuurvereniging. Eigenlijk is het een ongelijke strijd. De natuurclubs krijgen dikke subsidies, verwerven legaten van rijke leden en werken met vrijwilligers. Gemeenten en kustverdedigers moeten het doen met het geld wat men in Den Haag over denkt te hebben voor dit onderdeel van de Nederlandse samenleving. Zij zijn gebonden aan ambtelijke loonafspraken. Wel hebben zij, in hun manier van werken, over het hoofd gezien dat aan hun werkwijze natuur- en milieukundige bezwaren kleven. Als een stuk kust, na een zandsuppletie, niet minimaal 5 jaar ongemoeid blijft gaat de natuurwaarde daarvan achteruit. Daarnaast stoten zij CO2 uit met hun zandsuppleties. Nu is dit jaar 2010 door de Verenigde Naties uitgeroepen tot internationaal jaar van de biodiversiteit. Dit betekend dat iedereen op deze aarde moet trachten om de voedselkringloop niet verder te verstoren en zeker niet verder moet afbreken. Als we dit projecteren op Rijkswaterstaat betekent het, dat zij voor iedere zandhandeling die binnen vijf jaar in hetzelfde gebied gebeurt, naast de uitstoot van ongewenste verbrandingsgassen, een strijdige natuurbeschadiging plegen. Wordt er met het zand suppleren ook nog een strekdam onder het zand gewerkt behoren zij te weten dat de vernietiging van al dat aanwezige biologische leven een schade betekent voor de instandhouding van de biodiversiteit. Dit laatste zal de zwaarste opdracht zijn voor kustverdedigers omdat het aantal zandsuppleties nog steeds jaarlijks toenemen. Terugdringen van de zandsuppleties is alleen mogelijk als de zandstroom in noordelijke richting afgeremd wordt. Ook hierover zijn door geleerde mensen plannen ontwikkeld en opgeschreven in de geschiedenisboeken. Er ligt zelfs een zeer geslaagd voorbeeld op het Noord puntje van Texel.

Met het toenemen van de zandbewegingen neemt ook de CO2 uitstoot toe. Dit gas zorgt al voor opwarming van de aarde maar ook reageert dit gas met zeewater. Geleerden hebben gemeten dat in tweehonderd jaar de wereldzeeën 30% zuurder zijn geworden. Zij doen dan ook een dringend beroep op de scheepvaart om hiermee rekening te houden. Het CO2 gas wijzen zij aan als de grote boosdoener. Alle leven in zee is opgebouwd uit o.a. kalk. Als deze kalk afgebroken wordt omdat zeewater zuurder wordt is onze kustverdediging echt een heel groot probleem. We moeten de kustverdediging dus CO2 vriendelijker proberen te maken. Dit laatste is alleen mogelijk als er minder zand gesuppleerd wordt of als de zandhopperzuigers CO2 neutraal hun werk gaan doen. De kubieke meterprijs van het aan te brengen zand zal hierdoor zeker stijgen. Als de biodiversiteit op het strand en langs de kust niet in stand kan worden gehouden is het bestaan van alle leven op aarde in gevaar. Hetzelfde voor de voedselketen, als deze niet meer functioneert, zijn de gevolgen niet te overzien. Niet alleen voor de planten en de beesten maar ook voor ons, de hoogst ontwikkelde schepsels op deze planeet. Zandsuppleties zijn dus een enorme bedreiging voor de natuur in, op en aan de Noordzee en daarmee een bedreiging voor ons.

Piet van Noort.

Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Reageer op dit artikel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef hier jouw reactie: