Wim Hermans: van gehoorzame matroos tot leidinggevende officier

ANNA PAULOWNA – Wim Hermans is net terug van een rondje om met zijn golden retriever Barry. Hermans heeft 43 jaar lang voor de marine gewerkt en had zich daar van gewone matroos opgewerkt tot luitenant ter zee eerste klasse. Hij vertelt me over wat hij meemaakte in militaire dienst én over zijn stokpaardjes: de politiek en de zorg in Hollands Kroon.

Als 18-jarige Brabander kwam hij in 1958 bij de Koninklijke Marine. Na de ‘eerste oefening’, waarbij hem als rekruut de basiskennis van een soldaat werd bijgebracht, had zijn moeder opgemerkt dat ‘onze Wim anders is geworden’. Volwassener.

Hermans had een hekel aan schieten en kon dat moeilijk leren. “Waar ik een hekel aan heb, dat doe ik niet,” zegt hij beslist. “Een bevel moet zinnig en functioneel zijn. Als marineman werk je met mensen uit alle windstreken. Er zijn dan ook grote cultuur- en taalverschillen.” Dan moet je wel ‘lenig kunnen denken’ volgens Hermans. Een meerdere tegenspreken werd niet geaccepteerd. “Je kon zo een schop onder je kont krijgen of een draai om je oren,” verduidelijkt hij. “De instructeurs hadden losse handjes.” Maar dat was hij wel gewend, want zijn vader sloeg ook wel eens. Dat was toen heel normaal. “Je moest gehoorzaam zijn, luisteren.” In dienst was dat niet anders.

Ambitie

Al snel wist hij dat er gestudeerd moest worden om hogerop te komen én meer te verdienen. Het viel hem op dat veel onderofficieren vaak zaten te leren aan boord. Dat stimuleerde hem om dat ook te gaan doen. Meestal studeerde Hermans schriftelijk, waarbij hij aan boord door welwillende officieren werd geholpen. Hermans was zeer ambitieus en verdiepte zich ook in wiskunde en informatica. Na vele plaatsingen aan boord van ‘Hare Majesteit Schepen’, werd Hermans na bevordering tot onderofficier leidinggevende aan boord van Hr.Ms. Gelderland, zijn eerste plaatsing als ‘Chef’. Een managementcursus leerde hem hoe hij leiding moest geven en met ondergeschikten om moest gaan.

Ook was hij leidinggevende aan boord van Hr.Ms. De Ruijter, een ‘geleide wapen’ fregat met de bekende grote radardome (een weerbestendige koepel waarin de radarantenne is geplaatst). De geautomatiseerde systemen aan boord vond hij erg indrukwekkend en leerzaam. Hierna volgde een baan aan de wal als ‘instructeur helicopter directie’.

Toen Hermans bevorderd werd tot ‘vakofficier’ kreeg hij een introductiecursus op het KIM. Die stelde niet zo veel voor. Hij noemt de cursus dan ook gekscherend de ‘mes en vork cursus’, omdat deze voornamelijk gericht was op het bijbrengen van de juiste omgangsvormen die een officier in acht moet nemen. Hermans eindigde zijn carrière op het Nato Hoofdkwartier te Brussel. Hij werd lid van de Internationale Militaire Staf en onder andere belast met automatisering van berichtgeving. In september 1993 was Hermans’ tijd bij de Koninklijke Marine ‘op’ en ging hij met pensioen.

Baron

Lang heeft Hermans daarna niet stilgezeten. In 1996 werd hem door Baron van Tuijll van Serooskerken gevraagd huismeester te worden van zijn kasteel te Heeze in Noord-Brabant. Dat betekende dat hij in ruil voor zijn diensten in dat kasteel mocht wonen, eten en drinken vrijwel gratis kreeg en bovendien een kleine onkostenvergoeding beurde. Hij was zo’n beetje de manager van het landgoed. Hermans zegt hierover: “Heeze is een historisch dorp, 13 kilometer van Eindhoven. In het kasteel werden feesten en partijen gegeven. Dat was intensief werk om alles in goede banen te leiden. Het kasteel is nog wel in handen van de adellijke familie, maar het beheer is in handen van de Stichting Kasteel Heeze.” Na 18 maanden hard werken hield Hermans het voor gezien en kwam er een einde aan zijn avontuur in Heeze als huismeester.

S-fregatten

Hermans verkaste weer naar Anna Paulowna. Al gauw werd hij en zijn collega Nijenhuis, benaderd door admiraal Buffart, die in Westerland woonde. Nederland wilde S-fregatten van een verouderd type verkopen aan de VAE, de Verenigde Arabische Emiraten. De schepen waren slechts 5-10 jaar oud maar zouden vervangen worden door modernere schepen.

Hermans kwam weer in dienst  van de Koninklijke Marine om dit verkoopproject te managen samen met zijn collega van de technische dienst Nijenhuis. De minister van Defensie was er alles aan gelegen om de schepen aan de VAE te slijten. Hermans moest samen met zijn collega daarvoor zorgen. Met alle egards werd een afvaardiging uit de VAE ontvangen op Schiphol. Vervolgens reisden de Arabische mannen af naar Den Helder, waar ze onderdak kregen in het Beatrix Hotel. Hiervoor kreeg het hotelpersoneel bijzondere instructies. De Arabieren mochten niet bediend worden door vrouwelijk personeel, aan de muren van de kamers mochten geen vrouwenportretten hangen, er mochten geen alcoholische dranken worden aangeboden en de maaltijden moesten voornamelijk uit kip en rijst bestaan.

Om de schepen te bemensen werden 280 mannen uit de VAE naar Nederland gevlogen om een opleiding tot marineman te krijgen. Hermans en zijn collega kregen de opdracht om het een en ander in goede banen te leiden. De eerste plaats waar deze mensen werden ‘geaccommodeerd’ was Fort Erfprins in Den Helder. De Arabieren waren allemaal leken op maritiem gebied. Niet onbegrijpelijk omdat dit land vrijwel geen maritieme geschiedenis had. Ze moesten zelfs nog militair gevormd worden en kregen in Den Helder een militaire basistraining. Een probleem was dat veel rekruten nog niet konden zwemmen. Ook daarvoor moest een speciale regeling met zwembad ‘de Schots’ worden getroffen. “Zwemmen is iets wat een zeeman moet kunnen,” zegt Hermans. Bovendien moesten de mannen Engels leren lezen en schrijven. Al in Den Helder werd daarmee begonnen. “Voor het eerst van hun leven waren veel van hen buiten hun eigen land. Het was moeilijk communiceren met deze mensen.”

Vanuit Den Helder vertrokken de mannen naar Vlissingen om zich daar verder te bekwamen in de scheepssystemen en het varen met een oorlogsschip. Daar werden ze gehuisvest in een kazerne, dezelfde kazerne die nu af en toe in het nieuws is. Mariniers uit Doorn willen namelijk niet verhuizen naar Zeeland. De lessen werden In een Vlissings schoolgebouw gegeven en bestonden uit Engels, Nederlands en navigatiekunde. Ook Hermans gaf les, vooral in informatica. Toen de commandant van de kazerne elders in de Koninklijke Marine werd geplaatst kreeg Hermans mede de leiding over de kazerne en de opleiding. In 2000 vertrokken de manschappen weer naar hun thuisland, de VAE.

Michiel de Ruijter

Hermans is idolaat van Michiel de Ruijter. Van deze zeeheld weet hij alles. Hij heeft dan ook geruime tijd in Vlissingen gewerkt, de geboorteplaats van admiraal De Ruijter. Het eerste schip dat hij leerde kennen was de Hr.Ms. De Ruijter. Dat was een kruiser. Hermans: “Ik ben betrokken bij de Stichting Michiel de Ruijter. Daar ben ik lid van de Raad van Advies. Mijn kennis over admiraal De Ruijter heb ik vergaard tijdens mijn studie maritieme geschiedenis.” Hermans heeft artikelen over admiraal De Ruijter geschreven en lezingen gegeven, voornamelijk in het VWO, maar ook voor verenigingen en stichtingen. Hermans kan zo het hele verhaal uit zijn hoofd vertellen, waarbij hij begint met De Ruijters geboorte en via zijn zeeslagen arriveert bij de lynchpartij op de gebroeders Johan en Cornelis de Witt.

Pensioen

Hermans kon al met pensioen in 1993 toen hij 53 jaar was. Die vroege pensionering kwam doordat de jaren in de West dubbel telden. Hij rekent uit hoeveel jaar hij van zijn 43-jarige carrière op zee zat. Dat waren er 24. Hij vond varen dan ook geweldig. Zijn vrouw stond niet te juichen als hij weer lange tijd wegging, maar zij wist dat dat er nu eenmaal bij hoorde. Hij is één van de vele oudere leden van de VBZ, de Vereniging voor Beroepsschepelingen der Zeemacht, thans de Vakbond voor Burger en Militair defensiepersoneel. En nu houdt hij zich bezig met de lokale politiek en in het bijzonder met de zorg in Hollands Kroon. Dat doet hij als lid van de Onafhankelijke Betrokken Burgers. Meer over de ‘stokpaardjes’ van Hermans kunt u lezen in een vervolgartikel.

Kees Zwaan

(Foto1: Wim Hermans bij zijn druivenstruik: er kan nog heel wat moois groeien in Hollands Kroon)

(Foto 2: Michiel de Ruijter, geschilderd door Ferdinand Bol in 1676 – Wikipedia)

(Foto 3: Hr.Ms. De Ruijter in aanbouw in 1951. – Nationaal Archief)

Avatar foto
Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Geef hier jouw reactie (check eerst onze huisregels):