Column: Voert Van Gent goed gezondheidsbeleid?

Volgens de definitie van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) is gezondheid een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet alleen maar de afwezigheid van ziekte. Volgens deze definitie zou echter iedereen ziek zijn want niemand voelt zich altijd in een toestand die die definitie omschrijft.

Arts Machteld Huber kwam tot de conclusie dat die definitie achterhaald is en dat het bij gezondheid voornamelijk gaat om je aanpassingsvermogen als het ‘niet zo lekker gaat’. Volgens haar is gezondheid dan ook het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren daar waar het gaat om de sociale, lichamelijke en emotionele uitdagingen van het leven. Zij onderscheidt daarbij zes factoren: lichamelijk en geestelijk welbevinden, het leven zin kunnen geven, kwaliteit van leven ervaren, sociaal-maatschappelijk kunnen participeren en het dagelijkse leven aankunnen. Kortom, gezondheid draait om veerkracht en zelfregie.

Daaruit vloeit voort dat mensen in een vroeg stadium bij hun zelfzorg moeten worden ondersteund. En ook dat er heel anders naar de samenleving moet worden gekeken. Er kan niet zomaar lukraak op allerlei publieke voorzieningen zoals bijvoorbeeld buslijnen, zwembaden en bibliotheken bezuinigd worden want dat gaat immers ten koste van het welzijn.

Alles draait in de visie van Huber om preventie van hulpbehoevendheid. De focus op ziekte moet in dat kader verlegd worden naar het ‘welzijn’ van het individu. Die benadering betekent dat er in een vroeg stadium moet worden geïnvesteerd in de gezondheid van de mens: voordat hij ziek wordt. De geldstromen zouden dan voor een groot deel naar preventieve zorg moeten gaan, zodat een verder afglijden naar ziekte en hulpbehoevendheid wordt voorkomen. Mensen kunnen ‘hun ding’ blijven doen en zolang mogelijk blijven participeren in de samenleving.

In Hollands Kroon is een wethouder aangesteld die verantwoordelijk is voor een beleid dat ziekte en hulpbehoevendheid zoveel mogelijk moet voorkomen. Daarvoor staan haar o.a. gelden uit de Jeugdwet en de Wmo beschikbaar. Mary van Gent is verplicht om jaarlijks onderzoek te laten doen naar de effectiviteit van haar beleid. Omdat zij een groot deel van de zorg heeft uitbesteed aan Incluzio zijn de uitkomsten van zo’n onderzoek idealiter een graadmeter van de kwaliteit van de zorg geleverd door Incluzio, waar Van Gent voor verantwoordelijk is.

Magis marketing & research voerde Cliënt Ervarings Onderzoeken uit teneinde de effectiviteit van Van Gent’s beleid vast te stellen. De vraag roept zich op: zijn die rapporten wel serieus te nemen? Zijn het slechts gelikte documenten die het beleid mooier voorstellen dan het feitelijk is? Geven de onderzoeken wel echt antwoord op de vraag in hoeverre het beleid van Van Gent in casu Incluzio bijdraagt aan verbetering van de leefsituatie van Holland Kroonse hulpvragers?

Magis maakte twee rapporten over respectievelijk hulpvragers in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Meteen valt er een groot verschil op tussen de waardering van de rapporten. Van Gent noemt de rapporten ‘redelijk representatief’, terwijl de schrijvers van de rapporten de uitkomsten nadrukkelijk als ‘niet representatief’ betitelen. Als we kijken naar het percentage hulpvragers dat de vragenlijsten heeft ingevuld kunnen de resultaten in de verste verten niet representatief genoemd worden. Van Gent overdrijft dus.

Voor de Jeugdwet is slechts 8% van de hulpvragers geïnterviewd en voor de Wmo slechts 15%. Bovendien zijn niet alle hulpvragers benaderd om mee te doen. Heeft men vooraf een selectie gemaakt en hulpvragers waarvan men weet dat ze ‘lastig’ en kritisch zijn niet gevraagd een vragenlijst in te vullen? En in hoeverre voelen de benaderde hulpvragers zich geïntimideerd en geven zij ‘sociaal wenselijke’ antwoorden? De afhankelijkheid van een organisatie als Incluzio voelen zij dagelijks en zij kunnen niet zonder zijn hulp. In hoeverre vrezen zij sancties als er kritische antwoorden worden gegeven?

De rapporten dienen met een flink korreltje zout te worden genomen en geven geen inzicht in de effectiviteit van het beleid van Van Gent en Incluzio. Het zijn gelikte werkstukken waar de grafische vormgevers van Magis hun stinkende best op hebben gedaan. Een overdadig gebruik van grafieken in een mooi document moet blijkbaar het beleid van Van Gent/Incluzio ondersteunen en -ophemelen. In feite zijn het rapporten die zo de prullenbak in kunnen…

Kees Zwaan
Kees Zwaan is vast columnist van Noordkop Centraal.



Reageer op dit artikel
0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Geef hier jouw reactie: