Paniek, paniek, paniek

De Sinterklaastijd, ik houd ervan. Ik moet heel hard lachen bij het Sinterklaasjournaal.

Om mevrouw. Kort van Memorie en Jan Boerenfluitjes. En thuis imiteer ik Pietje Paniek om het hardst. Waar ik niet van houd, zijn de bijwerkingen, de randverschijnselen. Zoals het feit dat ik nauwelijks tijd heb voor  die leukste tijd van het jaar. 

Want dan is het opeens 1 december en moet ik alle gedichten nog maken en de  surprise moet vanuit het idee nog iets tastbaars worden. Ook daar wringt de schoen. Ik heb meestal best een goed plan. 

Maar die uitvoering! Ik ben totaal niet handig en gespeend van enige creativiteit met karton en schuimplastic. Uitgerekend ik heb het lootje getrokken van het meest creatieve familielid dat mogelijk was. Dat vind ik zo sneu voor die persoon. Echt, ik gun niemand datzijn naam op het door mij getrokken lootje verschijnt. Zelf het meest fantastische kunstwerk ontwerpen en naar huis gaan met iets waarop ik in blokletters moet schrijven wat het is. Bang als ik ben dat het anders voor altijd een vraag zal blijven.

Nadat mijn surprise af was, de laatste dingen waren ingepakt en de gedichten op elk pakje geplakt, was het tijd om de dames van muziekles te halen. Snel een wasje draaien, strijkje doen en hup de auto in naar mijn werk waar Sinterklaas werd gevierd. Na een uitstekend geregeld feestje waren we om iets over half acht weer we thuis. Een leeg huis, want manlief was zaalvoetballen en ik had een kleine tien minuten om mij in tennispak te hijsen want tennissen moest ook nog.

Dezelfde buurvrouw die mij eerder op de dag al had gered met een broodnodig maar in de winkels  onvindbaar attribuut voor de surprise, verrichtte haar tweede engelendaad door een uurtje te willen oppassen. Even lekker rammen op de tennisbaan. Het ging wonderbaarlijk goed. Wonderbaarlijk want met een vol hoofd, lukt het meestal niet zo goed. Maar ik kon de Sintstress even zestig minuten naar achteren verdringen. Snel de winst gepakt en terug naar huis. De meiden sliepen voorbeeldig zei de oppas.

Net nadat ik drukke en voor kind van acht redelijk expliciete en mogelijk ontnuchterende telefoongesprekken had gevoerd over de Viering zelf op zaterdag en zondag, kwam ik erachter dat er tussen slapen en stil zijn voor de buurvrouw geen enkel verschil zat. Om half elf stond er namelijk weer een kind beneden. Kon niet slapen. Rekentoetsen en de Sint streden in dat kleine hoofdje om voorrang. Haar terug naar bed gebracht, laptop weer opengeklapt, Sinterklaas geholpen met de gedichten. De volgende dag mijn gammele bouwwerk alvast naar de plaats van bestemming gebracht. Dan is ie er maar alvast. De eerste tekenen van verval waren echter al zichtbaar. Nú al! En hij moet nog tot zaterdag in leven blijven. Ik heb hem gebracht zodat het feest in elk geval doorgang kan vinden. Mijn surprise is er. Of ik er achteraan kom, beslis ik zaterdag. Dat hangt van hoeveel durf ik die dag heb. Durf om met dat ding in één en dezelfde ruimte te zijn. 

Ik kan natuurlijk ontkennen. Dat ik geen idee heeft wie dat heeft gefröbeld. Mij gewoon van de domme houden. Dat lukt al acht jaar uitstekend, dus waarom kan ik dat niet even zo rond de onthulling van de surprise volhouden? 

Maar ik weet nu al hoe het gaat. Ik krijg hoog rode konen, lach wat schichtig en houd mijn blik vooral op de grond gericht. Ik troost me met de gedachte dat de ontvanger geen plaats hoeft vrij te maken omdat het zonde is het ding weg te gooien. Dat is het namelijk niet. Ik hoop alleen dat er even wordt gewacht tot ik de deur uit ben. Anders komt de jeugdherinnering van mijn laatste jaar lagere school weer boven. Toen had ik echt zo hard mijn best gedaan en belandde de surprise nog voordat de bel was gegaan ondersteboven in de prullenbak. De Sinterklaastijd. Ik houd ervan. Alleen die randverschijnselen kunnen mij gestolen worden.

Monique Janse

Avatar foto
Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Geef hier jouw reactie (check eerst onze huisregels):