Kutwijf

Opgroeien in de jaren 50. In mijn herinnering een beeld van veiligheid binnen het bekende. Veel verder dan je buurt kwam je bijna niet, maar daar kende je dan ook elk plekje. De buurt was rustig, als er een auto langskwam liepen we naar buiten om te kijken. Mobiele telefoon bestond nog niet en de gewone telefoon aan een draad was in onze buurt onbekend en hoorde in de wereld van de arts en wat andere notabelen. Televisie was zeer schaars en trok glurende jeugd voor het vensterraam op woensdagmiddag. Er was maar 1 net en op maandagavond werd er niet uitgezonden om het verenigingsleven in stand te kunnen houden. Radio was er wel. Dinsdagavond was altijd de AVRO met “de bonte dinsdagavondtrein”, en Gereformeerd als we waren luisterden we op donderdagavond altijd naar de NCRV, naar Johan Bodegraven met het Mastklimmen.

De Zondag was ook duidelijk: 2x naar de kerk en daar tussendoor naar de zondagsschool. Het huis waar we woonden was klein, desondanks werd de voorkamer bijna nooit gebruikt. Twee kamers, een keuken, toilet met emmer nog buiten en een schuur voor de bakfiets van mijn vader die met vis ventte –een nu uitgestorven beroep-. Dit hele spul zou vrij gemakkelijk op ons huidige garagepad passen, maar vroeger hadden we daar geen erg in. Al mijn vrienden woonden zo. Het was een beschermde en veilige omgeving. Zo beschermd, dat ik van bepaalde zaken vrij lang niks wist. Zo las ik op mijn tiende op een muur bij ons op de hoek voor het eerst het woord KUT. Geen idee wat het was, maar iemand had de moeite genomen het op de muur te krijten, dus het moest toch wel iets zijn. Maar toen ik ’s avonds in de kleine slaapkamer, waar precies een bed paste, dat ook nog met mijn broer gedeeld moest worden, al hangend aan een balk om zo uit het dakraam te kunnen kijken, aan mijnmoeder vroeg wat KUT betekende, zei ze even niets. Daarna volgden de woorden die ik me 60 jaar later nog precies herinner: “Dat mag je NOOIT meer zeggen”. Dat was het dan en qua sexuele opvoeding is het bij dat hoogtepunt gebleven.
Heel lang golden dit soort woorden nog als ongepast. Ik herinner mij dat ik in een onderwijsvergadering het woord boerenlul gebruikte, waarna een van de aanwezige onderwijzeressen me vertelde dat ik boerenpuntje hoorde te zeggen. Dat waren nog eens tijden.

Tegenwoordig zijn termen als KUT en LUL, maar vooral KUT  veel gebruikte woorden. Op de TV knalt het er af alsof het de normaalste zaak van de wereld is. As je tegenwoordig wil schelden dan red je het er niet meer mee. Nee, dan komen de meest verschrikkelijke ziektes en rassenhaat aan de beurt. Het internet laat zien dat –als we ons anoniem wanen- velen tot de meest gore scheldpartijen in staat zijn. Maar het valt mij op dat de laatste tijd ook de schaamtebarriere van het anonieme verdwijnt. Men scheldt volop onder de eigen- of schuilnaam en de uitgescholdene wordt vaak ook voluit genoemd. Moet hij of zij ook maar geen dingen doen die je niet bevallen is het motto.

Ik moest aan dit alles denken toen ik op Facebook terechtkwam, een gezellige site, waar iedereen vrienden heeft om dingen mee te delen, zou je denken. Ik stuitte op een reactie van een vriendin van ons die zich afreageerde op een ander Facebooklid dat in haar ogen enorm de fout in was gegaan. KUTWIJF, ik kom naar je toe en de PLEURIS breekt uit, waarna een stuk familieellende breed werd uitgemeten voor de hele Facebookfamilie. En dat terwijl alles wat op internet staat er nooit meer vanaf gaat, ook al zijn de verhoudingen alweer hersteld.

Het zal wel ouderwets zijn, maar ik ga toch maar geen vrienden maken op Facebook. Als ik me zonodig moet laten beledigen, kan dat altijd nog op de biljartclub. Lijkt me mooi genoeg.

Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Reageer op dit artikel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef hier jouw reactie: