Jan Meijles: Herinneringscentrum in Oostwaardhoeve

SLOOTDORP – Bij het gemeenschapshuis van het Joodse Werkdorp, dat lange tijd ook bekend stond als de ‘Oostwaardhoeve’, tref ik Jan Meijles. Hij wil praten over de tijd die hij na de oorlog doorbracht in het Werkdorp, over zijn vak en over zijn streven naar een herinneringscentrum in het Werkdorp.

Jan Meijles (67) werd in 1952 geboren in het voormalige naai- strijk en verstelatelier, het enige houten huis uit het Werkdorp dat nog overgebleven is. Jans vader was vanaf 1949 boekhouder op het proefbedrijf uit Wageningen, de ‘Oostwaardhoeve’, dat haar bedrijfsgebouwen aan de overkant had. Jan groeide op in een gezin met 7 kinderen: “Vroeger telden katholieke en gereformeerde gezinnen veel kinderen.” Dat hij werd geboren in het voormalige naaiatelier had te maken met zijn moeder. Zij kon moeilijk aarden in het Haukeshuis, waar het gezin eerder woonde. Het Haukeshuis was een voormalig administratiegebouw van de ‘Directie Wieringermeer’ dat in De Haukes op Wieringen stond. Dat was na de aanleg van de Afsluitdijk niet meer nodig en werd afgestaan  aan het Werkdorp.

Jans moeder kon echter ook in het voormalig naaiatelier  haar draai niet vinden, zodat het gezin korte tijd later weer terug verkaste naar het Haukeshuis. “Ik ben in het voormalig atelier geboren en heb er maar 5 maanden gewoond,” vertelt Jan. “Toen ik bij de huidige bewoner, Kees Vendrig, een keer op visite was, vertelde ik zijn zoon André met trots dat ik daar ben geboren. Hij antwoordde zeer ad rem met: ‘Ik ook’. Daar had ik natuurlijk niet van terug.”

Jan vertelt dat raadslid Lilian Peters dat ook op het Werkdorp is overkomen. Zij zag daar het levenslicht toen haar moeder toevallig op visite was bij haar zuster. Dat feit heeft haar er waarschijnlijk toe gebracht haar doctoraalscriptie over het Joodse Werkdorp te schrijven.

Tot 1957 woonde Jan met zijn familie  in het Haukeshuis. Zijn ouders kregen toen een nieuwe stenen woning op de Oostwaardhoeve.

Jans vader was 17 toen de oorlog uitbrak. Op zijn 20ste werd hij opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, maar omdat hij in een gereformeerd (ARP) gezin was opgegroeid, was daar gevolg aan geven uit den boze. Hij dook dan ook onder in de Schermer. Toen de Duitsers de boerderij doorzochten waar hij was ondergedoken, had hij zich verstopt in de hooiberg. Blijkbaar vermoedden zij dat er wel eens mensen in het hooi konden zitten en schoten voor de zekerheid door de hooiberg. Jans vader stond doodsangsten uit, maar overleefde het zonder verwondingen. Toch hield hij er een flink trauma aan over. Zo durfde hij niet meer in een lift en was bang om steile trappen te betreden.

Proefboerderij

Als kind woonde Jan vlakbij de proefboerderij voor landbouwmechanisatie die daar in 1941 op de plaats van het Werkdorp was gesticht. Regelmatig kwamen er vrachtwagens, die nieuwe machines brachten om te worden getest. Jan: “Als ik zag dat er weer zo’n vrachtwagen arriveerde sprong ik samen met een vriendje op de fiets en gingen we snel kijken wat voor nieuwe machines nu weer werden gebracht.” Trekkers en grote rupstrekkers werden  vóór die tijd al uit Amerika ingevoerd. Nog lang werd in Nederland op akkerbouwbedrijven al het landwerk gedaan met paarden. Om de productie van voedsel te kunnen verhogen moest er een versnelde mechanisatie plaatsvinden. Daar hielpen machines via de Marshallhulp goed bij.  

In 1954 werd rond het hoofdgebouw op de Oostwaardhoeve de Praktijkschool voor Landbouwtechniek (PSL) opgericht. In dat opleidingscentrum kwamen iedere twee weken ongeveer 30 leerlingen uit het hele land. Dat waren boerenzonen die alles over trekkers wilden leren. Zij leerden daar bijvoorbeeld defecte dieselmotoren repareren. Daarvoor maakten de leraren op de maandagmorgen de trekkers expres onklaar, zodat de leerlingen zich de hele week konden concentreren op de reparatie daarvan. Toen Jan in het Haukeshuis woonde was hij bevriend met het zoontje van de beheerder van de Praktijkschool die elke dag voor de leerlingen kookte. Hij speelde vaak in het gebouw en kent nog steeds elke uithoek daarvan.

De leerlingen van de Praktijkschool sliepen op de grote zolder van het gebouw op stapelbedden. Het waren jongemannen van 18-23 jaar, die zich ‘s avonds een beetje  verveelden. Er was in de wijde omtrek weinig te beleven. Alleen was er op loopafstand bij Nieuwesluis een café, de Rustende Jager. Dat was al snel een geliefde plek voor de jongens om een biertje te drinken, zodat ze vaak aangeschoten terug kwamen. De leiding van de school was niet blij met de uitspattingen van deze boerenjongens, die vaak voor het eerst lang van huis waren en probeerde hen, net als in militaire dienst, te disciplineren. Jan gelooft niet dat het veel heeft geholpen.

Jodenkamp

De plek waar Jan woonde werd in de jaren ’50, toen hij naar Slootdorp naar de lagere school ging, in de volksmond ‘Jodenkamp’ genoemd. Hij hoorde dat woord toen voor het eerst. Pas op z’n 30ste realiseerde hij zich dat die naam te maken had met de geschiedenis van het gebouw. Zijn interesse voor kunst bracht hem ertoe exposities van Art & Project en van kunstverzamelaar Van Schaik te bezoeken. Dat was eind jaren ’90. In 2019 kwam hij in Lutjewinkel wonen. Toen  bezocht hij de open dagen van de Stichting aankoop en exploitatie voormalig Joods Werkdorp en raakte zo betrokken bij de plannen om er tijdelijke arbeidsmigranten te willen huisvesten.

Hij sloot zich als voormalig bewoner aan bij een werkgroep van omwonenden die de vestiging van een arbeidsmigrantenhotel wilden tegenhouden. Jan vond namelijk ook dat een combinatie van een museum met telkens wisselende groepen arbeidsmigranten niet verstandig is omdat de plek ver van de nodige voorzieningen af ligt en de verkeersbewegingen op de onveilige Nieuwesluizerweg weg flink zullen toenemen. 

We lopen nog even rond het gebouw waarover Jan het een en ander vertelt. Over het grote luik waarin op gezette tijden een grote lading antraciet werd gestort voor de CV kachel in de kelder van het gebouw: Jan: “Het is volgens Kees Vendrig de eerste CV installatie in Nederland.” Hij wijst nog even op een plek waar vroeger een grote stenen vuilnisbak stond. Alle vuilnis, inclusief voedselresten, werden daarin gedeponeerd. Het gevolg was dat het in en rond deze bak altijd  krioelde van de ratten. Jan weet nog dat eens in de twee weken een ‘rattenvanger’ werd ingeschakeld die ze vakkundig handmatig ving en ze de nek omdraaide.

Even verderop wijst hij naar een plek, waar vroeger moerasgas werd opgevangen, dat in het gemeenschapshuis werd gebruikt om eten op te koken. Dan valt zijn oog op een zeldzame, beschermde plant  in het gras achter het gebouw. Het is een orchis. Die gedijt op kalkrijke grond, net zoals in het Zwanenwater, weet hij te vertellen.

Stichting

Jan is nu secretaris van de Stichting aankoop en exploitatie van het Joods Werkdorp en streeft samen met de andere bestuursleden naar een aanvaardbare overeenkomst met eigenaar Joep Karel. De gemeenteraad is akkoord gegaan met huisvesting van 160 arbeidsmigranten, onder de voorwaarde dat er geen arbeidsmigranten in het gebouw worden gehuisvest. Jan heeft er alle vertrouwen in dat het uiteindelijk goed zal komen en wijst erop dat het belangrijk is de dialoog met de eigenaar voort te zetten.

Het bestuur van de Stichting werkt niet samen met de groep verontruste bewoners die andere belangen heeft. De Stichting organiseert activiteiten om een groot draagvlak bij de bevolking en de raad te krijgen en wil ook geen arbeidsmigranten in het gebouw zelf hebben. Hopelijk kan hij snel via de deur het gemeenschapsgebouw in om de herinnering aan het Joodse Werkdorp levend te houden.

Kees Zwaan

(Foto 1: Jan Meijles)

(Foto 2: De Oostwaardhoeve in 2020)

(Foto 3: Het Haukeshuis in 1955 – Regionaal Archief Alkmaar)

(Foto 4: De Oostwaardhoeve in 1957 – Regionaal Archief Alkmaar)

Avatar foto
Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Geef hier jouw reactie (check eerst onze huisregels):