Jan Meijles: Gezondere bodem door kringlooplandbouw

LUTJEWINKEL – Jan Meijles (67) ging op zijn 18de studeren aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Hij koos de richting ‘irrigatie en drainage’ en bracht het geleerde op verschillende werkplekken in praktijk. Jan pleit voor een milieuvriendelijke ‘kringlooplandbouw’.

Jan werkte na zijn afstuderen op verschillende plekken waar hij het geleerde in praktijk bracht. “Ik heb uiteindelijk 10 jaar lang het grondwater in de provincie Zuid-Holland beheerd,” vertelt hij met gepaste trots. In de jaren ’80 werkte hij voor de Stichting ter verbetering van de agrarische structuur in de provincie Noord-Holland (Stivas). Die Stichting werd in 1965 opgericht door het provinciaal bestuur. Eén van de methoden om haar doelen te bereiken was vrijwillige ruilverkaveling. Maar Stivas hield zich daarnaast ook bezig met grondverbeteringsprojecten. Het werkgebied van de Stivas was het grondgebied van de gemeenten Den Helder, Zijpe, Anna Paulowna, Wieringen en Wieringermeer. Stivas de Noordkop werd opgericht in januari 1983. Jan was in dat hele gebied werkzaam en heeft uiteindelijk één vrijwillige kavelruil in Wieringerwaard gerealiseerd.

Bollenteelt

Jan deed daarna  onderzoek naar uitbreidingsmogelijkheden voor de teelt van bollen in de Kop van Noord-Holland. Dat deed hij voor het Consulentschap voor de Tuinbouw te Hoorn en de provincie. Zo heeft  hij onderzocht hoe bollengrond goed ‘bezand’ kon worden, Samen met de bodemkundige van het Consulentschap heeft  hij daar een methode voor ontwikkeld. Het was een slimme combinatie van het aanbrengen van zand onder de teellaag en drainage waardoor  het productieareaal van bollen  kon worden uitgebreid. Jan ziet een trend dat bollentelers zich steeds meer richten op het milieuvriendelijker telen van bollen.

Samen met een vriend die bij het ministerie van VROM werkte gaf Jan de eerste cursus ‘Milieuvriendelijke bollenteelt’ aan de Volkshogeschool in Bergen. In die cursus  gaf hij les aan bollenkwekers die hij betitelt als ‘de top van Nederland in de bollenteelt’. Tijdens de lessen sprak hij met de cursisten over de milieuwetgeving. Daarbij kreeg met name de geleidelijke afschaffing van bestrijdingsmiddelen veel aandacht. De deelnemende kwekers wilden zich daar op voorbereiden en waren zeer geïnteresseerd in milieuvriendelijke kweekmethodes.

Zo kwam bijvoorbeeld de methode ‘inunderen van  bollenland’ in zwang. Dat is een manier om bepaalde bollenplagen in de bodem te bestrijden op een natuurlijke manier, zodat daar geen bestrijdingsmiddelen voor nodig zijn. “Dat inunderen moet in de zomermaanden gebeuren, als de grond zo’n 16-18 graden C is. In de winter heeft het geen effect,” licht Jan toe. En als deskundige kan hij het weten.

In het kader van de cursus gaf  hij de bollenkwekers ook de opdracht om een milieuvriendelijk bouwplan voor 15 hectare voor een periode van 30 jaar te ontwikkelen. Aanvankelijk waren ze sceptisch over de opdracht: “Dat kan echt niet omdat het veel te duur is,” was de algemene reactie. Jan wist dat dat uiteraard geld kostte en gaf hen ‘een zak met een half miljoen gulden (toen nog) mee’. Toen bleek dat zij het allemaal voor elkaar konden krijgen. Door tussendoor andere gewassen te telen bleek een rendabel bouwplan haalbaar. Vruchtwisseling was daarbij het toverwoord.

Milieuvriendelijk

Jan wijst op de krokussen die hij aan weerszijden van het pad naar de voordeur van het gemeenschapshuis (Joods Werkdorp) plantte. Ze zijn al uitgebloeid, maar hier en daar zie je nog een vergeeld stengeltje boven de grond uitsteken. “Ik kocht die 2000 krokusbolletjes van biologisch bollenkweker John Huiberts. Huiberts is één van de eerste kwekers die op een milieuvriendelijke manier bollen produceert. Hij gebruikt geen bestrijdingsmiddelen en ook geen kunstmest.” Huiberts had hem verteld dat een omschakeling van reguliere bollenteelt naar een milieuvriendelijke wel zo’n 5 jaar in beslag neemt alvorens je kan spreken van een rendabel bedrijfsresultaat. Huiberts heeft nu een bedrijf waar hij goed zijn brood mee kan verdienen. Op een milieuvriendelijke manier. Hij kreeg het afgelopen jaar voor het eerst redelijk veel bestellingen van bollen uit het hele land. 

Humus en regenwormen

Bij Jans vele onderzoeken bleek dat bollenkwekers heel graag oud grasland wilden hebben, omdat  ze op zo’n vruchtbare bodem gauw 30- 50% meer bollen kunnen produceren. Dat ligt volgens hem aan de ‘humus’ die zich daar jarenlang op kon vormen. Humus is van groot belang voor de vruchtbaarheid van de bodem. “Die vruchtbaarheid door de vorming van humus is nu verdwenen in de Wieringermeer,” oordeelt Jan. “Oorspronkelijk waren de bedrijven in de Wieringermeer gemengde bedrijven met zowel akkerbouw als veeteelt. In de oorlog verplichtte de Duitse bezetter de boeren van het grasland bouwland te maken (scheurplicht). Daardoor verdwenen de gemengde bedrijven en ontstond er een monocultuur die slecht is voor de bodem. Dit is na de oorlog niet teruggedraaid door de Nederlandse overheid. Er is sprake van te weinig vruchtwisseling in de akkerbouw, waardoor de bodemvruchtbaarheid achteruit is gehold.”

Jan vervolgt zijn pleidooi voor een gezondere bodem: “De maatschappelijke druk om te komen tot milieuvriendelijker landbouw wordt de laatste jaren steeds groter. Het is van belang om het leven in de bodem in stand te houden. Regenwormen hebben daar een belangrijke functie bij. Er zijn zelfs bedrijven die regenwormen kweken als product om de bodem te verbeteren. Het lijkt er op dat ‘kringlooplandbouw’ in de toekomst steeds vaker toegepast zal worden nu minister Carola Schouten dat propageert. Bij die vorm van landbouw gebruikt de akkerbouwer de koeienmest van een naburige veehouder en benadert daarmee het gunstige effect van het vroegere gemengde bedrijf.”

In een boek dat in 2006 werd uitgebracht wegens het 65-jarige bestaan van de Oostwaardhoeve (Joods Werkdorp) is te lezen: “Zonder ook maar enige discussie aan te gaan met de aanhangers van de biologische akkerbouw durven wij te stellen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw een noodzakelijk kwaad is.”

Veel verder dan bestrijdingsmiddelen een ‘noodzakelijk kwaad’ te noemen gaan de schrijvers niet. Jan weet wel beter. Bollen- en andere teelten zijn goed mogelijk zonder chemische middelen en zonder kunstmest. De toekomst zal het leren.

Kees Zwaan

Avatar foto
Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Geef hier jouw reactie (check eerst onze huisregels):