Column: ‘Quatsch en koehandel’

Kortgeleden pleitte ondernemer Joep Karel bij de gemeenteraad van Hollands Kroon voor zijn plan een aantal barakken neer te zetten op het erf van het Joodse Werkdorp. Volgens hem zou hij daarmee de toestand van weleer doen herleven. In de jaren dertig bouwden Joodse vluchtelingen namelijk ook een aantal barakken achter de grote boerderij. Zie de illustratie.

Karel stelde dat hij zich al 11 jaar om het gebouw had bekommerd en daarvoor de middelen en de ‘daden’ beschikbaar stelde. Daarmee doelde hij op het gratis ter beschikking stellen van het gebouw aan de Stichting Joods Werkdorp. Toch verkeert het gebouw niet in optimale conditie omdat er weinig aan onderhoud is gedaan. Karel zegt de herinneringen aangaande het gebouw te willen bewaren. Hij wil daarom graag hoogwaardige barakken bij het gebouw neerzetten, met plaats voor 280 flexwerkers. Karel betoogde dat een grootschalige woonvoorziening op die plek niet alleen in het belang van de flexwerkers zou zijn, maar ook in het belang van de Joodse gemeenschap.Tijdens zijn relaas werd hem een “allemaal quatsch” vanuit het toehoorders-publiek toegeworpen. Dat was een omwonende die de mooie woorden van Karel op z’n minst ernstig betwijfelde.

Is het bedrijf van Karel een liefdadigheidsinstelling die zich sterk maakt voor het behoud van historisch-cultureel erfgoed? Is het bedrijf van Karel tevens sociaal-maatschappelijk geëngageerd? Als je zijn uiteenzetting beluistert zou je het bijna gaan geloven. Er lijkt een heuse filantroop te praten. Zou Karel echt de woordvoerder van een filantropische instelling zijn? Kortgeleden suggereerde wethouder Meskers iets dergelijks. De rentabiliteit van het project zou niet hoog zijn, aldus Meskers. Een ondernemer streeft in de ogen van de liberale wethouder natuurlijk altijd naar een zo hoog mogelijke winst. En het object in Slootdorp heeft Karel tot nu toe alleen maar geld gekost. Geld dat gespendeerd lijkt aan een goed doel.

Aan het einde van Karel’s pleidooi vroeg Jan Eichhorn (GL) hem wat hij gaat doen als zijn plan onverhoopt niet zou doorgaan. Met enige ingehouden emotie antwoordde Karel dat hij ‘er dan helemaal klaar mee is’. Zijn bekommernis om erfgoed en sociale opvang van flexwerkers houdt dan op. Die is helaas niet grenzeloos. De toehoorders wisten toen zeker waar het ondernemer Karel in de eerste plaats om begonnen is: namelijk zoveel mogelijk geld verdienen aan (gast)arbeiders. De figuurlijke aap kwam zo te zeggen uit de mouw van Karel’s colbertje.

Johan Paul de Groot (CU) betitelde de gang van zaken rond de plannen van Karel als een vorm van ‘koehandel’. Als er geen 280 maar ‘slechts’ 240 mensen mogen gaan wonen is Karel niet van plan de Stichting Joods Werkdorp te steunen met een geldbedrag. Terecht werd het plan van Karel door de gemeenteraad verworpen. 

Op een zo historische plek als die van het Joodse Werkdorp is een grootschalige woonvoorziening uit den boze. Karel zal tot overeenstemming moeten komen met de Stichting Joods Werkdorp. Misschien wordt het hoog tijd om het voor een schappelijke prijs te verkopen aan deze Stchting. De komende tijd gaat het hem alleen nog maar meer geld kosten. En dat is geen gunstig vooruitzicht voor een ondernemer.

Kees Zwaan

(Foto 1: Protestbord van de bewoners)

(Foto 2: Het heien van de eerste paal van het hoofdgebouw in 1934. Op de achtergrond de oorspronkelijke barakken – Schager Courant van 4 oktober 1934)

Avatar foto
Je leest een bericht uit het rijke archief van Noordkop Centraal



Geef hier jouw reactie (check eerst onze huisregels):