Column: Onbetaalbaar

Enkele jaren geleden woonde ik een lezing van Ernst van de Wetering bij. De lezing vond plaats in een leslokaal van de Open Universiteit in Groningen. Het lokaal was afgeladen, zoveel belangstelling was er voor de bekendste Rembrandtkenner. Van de Wetering is inmiddels overleden. Deze Rembrandt-professor gaf een verslag van de 26 jaar die hij toen al had besteed aan onderzoek naar de beroemdste schilder van Nederland.

De bevlogen wijze waarop hij over Rembrandt sprak, verried dat Rembrandt niet alleen zijn werk was, maar ook zijn hobby. Hij was er 24 uur per etmaal mee bezig. Hij stond als het ware met Rembrandt op en hij ging met hem naar bed. Ik denk dat hij zelfs over Rembrandt droomde. Door zijn diepgaande onderzoeken kwam hij van alles aan de weet. Signeerde Rembrandt zijn werken met -d of -dt? Meestal met -dt maar soms met -t als er geen ruimte meer was op het schilderij: detaillistische kennis die van de Wetering zich eigen had gemaakt door intensieve studie, door de schilderijen als het ware ‘te lezen’. Iedere kubieke millimeter van veel schilderijen had Van de Wetering onderzocht. Als een soort detective. Als een Sherlock Holmes.

Hij was daarom in staat om een interessante lezing over Rembrandt te geven. Tientallen jaren hield hij zich ook bezig met het toeschrijven en afschrijven van stukken aan Rembrandt. Het draaide dan altijd om de vraag: ‘Is dit schilderij geschilderd door Rembrandt?’ Om die vraag te kunnen beantwoorden stonden professor Van de Wetering allerlei technieken ter beschikking.

Hij hield niet alleen de wijze van schilderen, maar ook de compositie van de voorstelling en de samenstelling van de verf onder een vergrootglas. Op een röntgenfoto kon hij zien of er een onderschildering aanwezig was. Zo ja, dan kon deze duiden op authenticiteit. Het aantal jaarringen in het hout van het raamwerk kon een indicatie zijn van het productiejaar. Het jaar waarin Rembrandt het schilderij had gemaakt.

Er was veel belangstelling voor de lezing van Van de Wetering. De zaal zat helemaal vol. Zelfs alle staanplaatsen waren bezet. Dat had vooral te maken met de Rembrandt hype die toen actueel was. Rembrandt was en is nog steeds de publiekstrekker in optima forma van het Rijksmuseum. De toenmalige Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes liet geen mogelijkheid onbenut om zijn bedrijf te promoten. Hij was in veel televisieprogramma’s te zien en tijdens het bezoek van Obama zag Pijbes zelfs de kans schoon om samen met de president te poseren voor de Nachtwacht. De foto ging de hele wereld over en zal heel wat Japanners en Amerikanen ertoe hebben aangezet Amsterdam te gaan bezoeken. Kassa voor het Rijksmuseum en economisch voordeel voor Amsterdam.

Schilderijen zoals die van Rembrandt zijn zeer veel waard. In het Rijksmuseum hangen veel van zulke onbetaalbare werken. Toch bestaat een schilderij slechts uit wat klodders verf en doek. Een schilderij heeft met een moeilijk woord geen ‘intrinsieke’ waarde. De waarde is relatief. Wat een kunst ‘gek’ er voor over heeft. Het doet me denken aan de ‘diamant-water paradox’ van Adam Smith. Het lijkt alsof een diamant waardevoller is dan een fles water. Maar die waarde is relatief en is afhankelijk van de situatie waarin je je bevindt. In de woestijn heb je meer aan die fles water dan een zak diamanten. Denk daar maar eens over na…

Avatar foto
Kees Zwaan is vast columnist van Noordkop Centraal.



Geef hier jouw reactie (check eerst onze huisregels):