Column: Grenzeloze zorg?

Onlangs was het 12 mei. De dag van de verpleging. De dag waarop verzorgsters en verpleegsters in het zonnetje worden gezet. Nog steeds kleeft er iets van ‘roeping’ aan beroepen in de zorg. Men heeft het ook wel eens over mensen met een hart voor zorg. Die uit mensenliefde hebben gekozen voor werken in de zorg. Die ook klaarstaan om behoeftigen en mensen in nood te helpen als dat nodig is. Zorgzame personen met gouden harten. Zorgharten.

Maar er zijn maar weinig moeder Theresa’s op deze wereld.

In de kennissenkring van mijn vrouw bevindt zich echter wel iemand die het ideaalbeeld van mensenvriend enigszins benadert. Het is een vrouw van middelbare leeftijd die voor iedereen klaarstaat. Als haar buurvrouw ziek is brengt zij haar een pannetje kippensoep en is zij niet te beroerd om boodschappen voor haar te doen. Haar houding heeft iets weg van het reeds lang verdwenen ‘nabuurschap’. Mensen die zo in het leven staan zijn zeldzaam en bovendien wordt er snel misbruik van ze gemaakt.

Als er over ‘zorghart’ wordt gesproken is dat metaforisch bedoeld. Want bij ieder mens ziet het hart er ongeveer hetzelfde uit. Het is een pomp die er voor zorgt dat je blijft leven maar heeft niets te maken met zorg. In zoverre, dat je toch wel goed voor je hart moet zorgen om hem in goede staat te houden. Dat betekent niet roken, niet te veel eten en spanning vermijden.  En zo kun je door het goede voorbeeld te geven ook zorgen voor de harten van je naasten. Kortom, zorg is niet gesitueerd in je hart, maar het is een levenshouding.

Schrijfster Astrid Roemer geeft een voorbeeld van een tot in het uiterste doorgevoerd gevoel van zorg voor je medemens. Toen zij zich op het Centraal Station van Utrecht bevond, zag zij een oud vrouwtje dat zich moeizaam voortbewoog. Voortdurend leek het erop dat ze dreigde om te vallen. Toen Roemer het vrouwtje passeerde kon zij haar nog maar net opvangen. Ze begeleidde de kwetsbare oude vrouw naar een bankje en ging naast haar zitten. Roemer vroeg zich vervolgens af wat zij nu nog meer voor het oude vrouwtje zou moeten doen. Ze zou het vrouwtje naar huis kunnen brengen, te eten geven, zonodig verschonen, naar bed brengen en nog veel meer. Maar zou ze dan niet haar hele leven bij het vrouwtje moeten blijven om haar te verzorgen? Een absurde gedachte. Je verantwoordelijkheid voor je medemens is niet grenzeloos.

Iets dergelijks maakte ik enkele jaren geleden ook mee. Mijn vrouw en ik maakten een fietstocht door de duinen bij Den Helder. We waren een broodje aan het eten op een bankje toen we een oudere man zagen die meermaals pogingen ondernam op zijn fiets te stappen. Telkens viel hij er af en had inmiddels bloedende wonden opgelopen. Ik begeleidde de man naar het bankje en opperde 112 te bellen. Dat wilde hij beslist niet. Zijn wonden bleven bloeden omdat hij bloedverdunners gebruikte. Mijn vrouw haalde een paar pakken pleisters uit een supermarkt enkele kilometers verderop. Ook met pleisters waren de bloedingen niet te stelpen. We stonden voor een dilemma. Wat moesten we doen? Een paternalistische beslissing nemen door 112 te bellen of respect hebben voor de autonomie van de oude heer? We kozen voor het laatste. De man was dan ook niet dement. We fietsten verder, de oude man achterlatend op het bankje.

Hart voor zorg duidt op een houding waarbij je jezelf wegcijfert en je je volledig over je medemens ontfermt. Zo’n houding is in de professionele zorg niet aanwezig. De professionele zorg is een onderdeel van een markt waarin zorg een ruilwaarde is geworden. Het zijn tijdgerelateerde producten waar prijskaartjes aan hangen. De filosoof Levinas omschrijft een tekortschietende zorgzame maatschappij als vernederend. Armoede, moderne slavernij, onderdrukking, honger en woningnood zijn op te vatten als tekortschietende zorg en dus vernederingen. Het zijn symptomen van een maatschappij waarin veel mensen niet krijgen wat ze nodig hebben. Het is een samenleving waar de wetten van het geld en de economie heersen. Onder het mom van menslievendheid en liefdadigheid schuilt soms grof egoïsme. Iemand die dat treffend illustreert is Winston Gerstanovich. Zorg voor de natuur is bij hem een alibi voor regelrechte hebzucht. Winston heeft hart voor euro’s en niet voor zorg…

Kees Zwaan

Delen is leuk
Kees Zwaan is vast columnist van Noordkop Centraal.



Reageer op dit artikel
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef hier jouw reactie: